Breimonsters en stekenverhouding: basis voor maatberekening
Hoe gebruikt u steken en naalden per 10 cm? Monsters, maten na wassen en een eenvoudige berekening voor hand- en machinebreien.

Wat beschrijft stekenverhouding?
Het aantal steken en naalden over een bepaalde lengte beschrijft de breidichtheid. Garennummer, naalddikte of machine-instelling bepalen dit niet alleen. Verschillende structuren kunnen met hetzelfde garen andere maten geven. Noteer altijd welke steek is gemeten.
Het monster voorbereiden
Maak het monster groter dan het meetvlak en meet uit de buurt van randen. Reproduceer richting en structuur van het kledingstuk. Laat het na geplande was en afwerking ontspannen en meet opnieuw. Bewaar ruwe en afgewerkte monstergegevens apart; het ene vervangt het andere niet.
Een eenvoudig rekenvoorbeeld
Heeft een afgewerkt monster 20 steken per 10 cm, dan is de beginberekening voor een recht paneel van 50 cm: 50 × 20 / 10 = 100 steken. Dit is alleen een voorbeeld; kantsteken, rapporten, vormgeving en naden moeten apart worden meegerekend. Verticaal gebruikt u lengte × naalden per 10 cm / 10. Steek- en naalddichtheid zijn niet uitwisselbaar.
Gegevens bewaren voor de volgende proef
Bewaar garencode, partij, menging, nummer, draadaantal, brei-instellingen en afwerking op één formulier. Leg jacquardmaten niet definitief vast met een tricotlapje; test het echte patroon. Voor Bark Breigoed is een goedgekeurd fysiek monster betrouwbaarder dan een foto. Seriematen zijn niet definitief voordat de monsterresultaten zijn geverifieerd.